In het recent verschenen Basisboek Schematherapie worden relatief onbekende oudermodi vermeld: de Waarschuwende Ouder en de Grenzeloze Ouder. In de uitgebreide moduslijst van de ISST vinden we verwante termen terug, zoals Angstige en Overbeschermende Ouder, en Toegeeflijke en Naïeve Ouder. Deze modi worden momenteel verder onderzocht door een internationale werkgroep.
Dat roept een interessantere vraag op dan alleen: bestaan deze modi? De echte vraag is volgens mij: wanneer voegt een nieuwe modus ook echt iets toe aan het modusmodel?
Een oudermodus in essentie een geïnternaliseerde regulerende, normerende of beoordelende stem: een manier waarop iemand zichzelf behandelt zoals hij ooit behandeld, gecorrigeerd, opgejaagd, beschaamd of klein gehouden werd. In het modusmodel hebben oudermodi een duidelijke functie: ze kleuren de betekenis van wat iemand voelt, zetten druk op het kwetsbare kind en houden coping in stand.
De Waarschuwende en Grenzeloze oudermodi zijn gebaseerd op een herkenbare ontwikkelingsgeschiedenis. Maar maakt dat hen automatisch een aparte oudermodus? Een nieuw concept heeft pas echt meerwaarde als het ook functioneel te onderscheiden is van bestaande kind- en copingmodi, én als dat onderscheid therapeutisch iets verandert.
Bij de Waarschuwende Ouder is die meerwaarde voorlopig nog het duidelijkst. Daar lijkt er een logische keten mogelijk: een interne stem die waarschuwt voor gevaar, falen of beschaming; een angstig of kwetsbaar kind als reactie daarop; en vervolgens overcontrolerende coping die probeert de dreiging te bezweren. In dat opzicht lijkt de Waarschuwende Ouder goed te onderscheiden van de overcontroleerder zelf. De stem is dan de opdrachtgever, de coping de uitvoerder.
Dat therapeutische onderscheid kan nuttig zijn. Je kan dan niet alleen de controle of het piekeren confronteren, maar ook de interne stem zelf aanspreken: de instantie die voortdurend alarm slaat en het kind bang houdt. In de praktijk vinden cliënten het vaak veel moeilijker de gedachtenstroom een halt toe te roepen dan te snappen dat het niet helpend is. Door een deel van de dynamiek strenger aan te spreken dan we doen met copingmodi, kan je cliënten een handige nieuwe tool aanbieden.
Bij de Grenzeloze Ouder ben ik voorlopig minder overtuigd. Natuurlijk bestaan er opvoedingsgeschiedenissen met te weinig begrenzing, te veel verwennen of boodschappen van entitlement. Maar de vraag is of dat zich in het hier-en-nu het best laat begrijpen als een aparte oudermodus. Daar wringt het voor mij meer. Het onderscheid met het Ongedisciplineerde Kind, de Zelfverheerlijker, of gewoon een tekort aan Healthy Adult limit setting is minder helder. Ook therapeutisch zie ik voorlopig minder wat deze conceptualisatie extra oplevert boven de bestaande modi.
Het aanspreken van een Grenzeloze Ouder lijkt me ook ingewikkelder dan simpelweg het empathisch confronteren van de hieruit resulterende coping, want daar is het maladaptieve van deze overtuigingen het duidelijkst en kan je krachtiger stellen dat het niet helpend is.
Mijn voorlopige indruk is daarom deze: de Waarschuwende Ouder lijkt een bruikbare aanvulling te kunnen zijn, omdat die mogelijk helpt om een relevant onderscheid te maken tussen een angstaanjagende interne stem en de overcontrolerende coping die daarop volgt. De Grenzeloze Ouder overtuigt mij voorlopig minder als aparte modus, omdat de functionele en therapeutische meerwaarde minder duidelijk is.
Misschien ligt daar ook een bruikbare middenweg: sommige van deze termen niet meteen als volwaardige nieuwe modi beschouwen, maar eerder als inhoudelijke varianten van bestaande modi, wanneer dat helpt om het modusmodel persoonlijker en klinisch scherper te maken.
Ik ben benieuwd hoe jullie dit zien. Wanneer voegt een nieuwe modus echt iets toe — en wanneer maken we het model vooral complexer?
Terug
