Loading...
Schematherapie 2018-02-25T12:18:35+00:00

Wat is schematherapie

Schematherapie is een relatief nieuwe vorm van psychotherapie, ontwikkeld in de jaren ’90 door Jeffrey Young. Het combineert elementen van verschillende stromingen (cognitieve gedragstherapie, psychodynamische theorieën, gestalttherapie, hechtingsleer, transactionele analyse) in een helder en overzichtelijk model om persoonlijkheidsproblemen te verklaren en te behandelen. Het helpt mensen die vastzitten in terugkerende patronen om tot duurzame verandering te komen.

Het model

Een centraal begrip in het model zijn basisbehoeften. De schematherapie gaat er vanuit dat door een interactie tussen het aangeboren temperament en omgevingsfactoren (zoals bijvoorbeeld opvoeding, cultuur, socio-economisch milieu en belangrijke levensgebeurtenissen) de persoonlijkheid gevormd wordt. Wanneer dit gebeurt op een manier dat het vervullen van onze universele psychologische basisbehoeften (dit zijn: veiligheid, stabiliteit, verbondenheid, autonomie, realistische grenzen, het mogen uiten van gevoelens en spontaniteit en spel) op jonge leeftijd chronisch en/of ernstig geschonden wordt, ontstaan Vroege Onaangepaste Schema’s (kortweg: schema’s). Dit zijn dieperliggende gevoelens en overtuigingen over jezelf, anderen en de wereld die je blik op de wereld alsook je denken, je voelen, je handelen en de interpretatie van gebeurtenissen in je verdere leven kleuren.

Een kind dat blootgesteld wordt aan dergelijke ingrijpende of chronisch terugkerende gebeurtenissen zoals verwaarlozing, overdreven kritiek, straf of misbruik, leert overleven onder deze omstandigheden. Het ontwikkelt naargelang eigen mogelijkheden, temperament en hulpbronnen manieren van omgaan met zijn problemen om de negatieve invloed ervan te beperken. Een kind is echter beperkt in zijn mogelijkheden.

We zijn als kind afhankelijk van volwassenen en kunnen weinig voor onszelf beslissen. Daarom zijn de strategieën die het kind leert toepassen meestal geen oplossingen voor het probleem. Omdat ze wel het gevoel van veiligheid verhogen of de impact van de negatieve gebeurtenissen verlagen, blijft het kind vaak deze strategieën volhouden, ook al verandert de situatie. Waar in de vroegere situatie zo een overlevingsstrategie meestal een positief effect heeft, zien we dat het in andere situaties net opnieuw zorgt dat de basisbehoeften niet vervuld geraken en de ideeën van de schema’s telkens bevestigd worden. Dit patroon is vaak op termijn niet vol te houden, waardoor er psychische klachten (depressie, middelenmisbruik, agressie,…) ontstaan.

Een voorbeeld:
Jessy had een erg kritische moeder. Zij kon nooit iets goed doen in haar ogen en werd constant ingeschakeld om allerlei huishoudelijke taken op zich te nemen. Haar vader werkte veel en was weinig thuis. Wanneer hij er wel was wilde hij vooral met rust gelaten worden en had hij weinig aandacht. Jessy is zich beginnen uitsloven op allerlei vlakken: school, huishouden, hobby’s om de goedkeuring van moeder en de aandacht van vader te krijgen. Dit had echter maar weinig effect.

Ze leerde dat wat ze ook deed, het nooit goed genoeg was en dat ze de liefde en aandacht van een ander niet verdient. Wanneer er iets mis liep, gaf ze altijd zichzelf de schuld. Op vlak van jongens kreeg ze de neiging te denken dat de lieve jongens toch niks voor haar waren of dat ze hun aandacht niet waard was. Daardoor koos ze telkens voor afwijzende, kritische vriendjes die doordat ze niet voor zichzelf opkomt telkens een stap verder gingen. Regelmatig leidde dit tot fysiek geweld naar haar toe. Zij dacht telkens dat het haar fout was, wat bevestigd werd door haar ouders, die afkeurend ten opzichte van haar partnerkeuze stonden en niet verder kwamen dan een ‘zie je wel?’. Naarmate de tijd vorderde, voelde Jessy zich steeds meer waardeloos en schuldig. Alle moeite die ze bleef doen leidde enkel tot meer problemen. Tot op een gegeven moment na de zoveelste relatiebreuk met een man die haar verlaten had voor een ander haar wereld instort, ze in een diepe depressie sukkelt en tot niks meer komt. Haar huisarts merkte de problemen op, stoot in gesprek op verregaande zelfmoordgedachten en verwijst haar door naar een therapeut.

Samengevat

  • Schematherapie is een integratieve therapie 
  • voor langdurige psychische klachten, 
  • ontstaan vanuit de schending van universeel menselijke basisbehoeften 
  • door ingrijpende of chronisch negatieve gebeurtenissen, 
  • leidend tot de ontwikkeling van diep verankerde gevoelens en overtuigingen 
  • alsook ongezonde copingstrategieën.

Modi

Een ander belangrijk concept is het concept van de modi. Volgens de schematherapie heeft een persoonlijkheid verschillende kanten. Een modus is een deel van de persoonlijkheid dat op een bepaald moment op de voorgrond staat en het denken, voelen en handelen op dat moment beheerst. Modi zijn het sterkst aanwezig wanneer de onderliggende schema’s getriggerd worden. Waar schema’s iets zijn wat zich voornamelijk binnenin een persoon afspeelt, zijn modi uiterlijk zichtbaar. Schema’s zijn over lange termijn stabiel, terwijl modi van moment tot moment kunnen verschillen.

In de moderne schematherapie wordt meer met modi gewerkt dan met schema’s. Dit biedt enkele belangrijke voordelen. Er zijn verschillende soorten modi. Sommige modi zijn eerder rechtstreekse weerspiegelingen van de onderliggende schema’s. Andere modi vertegenwoordigen manieren om met de schema’s om te gaan. Grofweg kan men de modi indelen in kindmodi, oudermodi en copingmodi. Kindmodi staan voor de diepe, doorleefde gevoelens: de momenten wanneer we ons opnieuw bedroefd, boos, bang of blij voelen als een kind. Een kindmodus wordt vaak opgeroepen door situaties die lijken op de moeilijkheden die we als kind hebben doorstaan. Onze kwetsures of valkuilen (schema’s) zitten hier. Ook onze behoeften worden gezien als behoeften van de “Kleine Ik”.

Oudermodi zijn de boodschappen die we doorheen onze kindertijd hebben gekregen en die we ons eigen hebben gemaakt. Ze heten oudermodi omdat ze vaak uit de opvoeding voortkomen. Maar net zo goed hebben andere mensen in een opvoedkundige rol (bv. leraars), leeftijdsgenoten (bv. pesten), levensgebeurtenissen (bv. dood van een ouder), trauma’s (bv. misbruik), omstandigheden (bv. sociaal economische status, oorlog) en cultuur (bv. onze westerse prestatiegerichte cultuur) hier invloed op. De boodschappen kunnen rechtstreeks overgebracht worden (bv. “je bent een nietsnut”), indirect (bv. telkens zuchten als een kind een vraag stelt) of door het voor te doen (bv. perfectionistische opvoeders). In principe zijn er drie trappen in de oudermodus: veeleisend, kritisch of schuldinducerend wanneer je niet aan die eisen voldoet en bij sommige mensen zelfs straffend.

Copingmodi zijn alle strategieën die we bewust of onbewust toepassen om de moeilijke gevoelens van de kind- en oudermodi niet constant te voelen. Het zijn beschermingsstrategieën die we vaak al vroeg in ons leven geleerd hebben en die nu min of meer automatisch worden toegepast. Een veel voorkomende copingmodus in therapie is de onthechte beschermer. In deze modus voelen we ons alsof we verdoofd zijn en er geen contact is met onze gevoelens. Soms maakt deze modus ook gebruik van rationeel denken of veelvuldig praten om de gevoelens af te weren. Andere voorbeelden van zulke strategieën zijn jezelf onderdanig opstellen, situaties actief vermijden of alcohol en drugs gebruiken om je gevoelens te verdoven. Er zijn ook actievere strategieën om jezelf te beschermen zoals intimideren, manipuleren of de controle vasthouden.

Tenslotte zijn er de gezonde modi. Dit zijn de gezonde volwassene (“Grote Ik”) en het blije kind. De gezonde volwassene is de kant van ons die gezonde beslissingen maakt. Het is de kant die beslist om nee te zeggen tegen dat extra werk, om op tijd rust te nemen, om in therapie te gaan, om door te zetten wanneer dat nodig is. Het is een kant die zowel rekening houdt met onze gevoelens als met ons verstand. De gevoelens in deze modus zijn niet overweldigend, maar eerder gedoseerd en aanvaard. Het blije kind is  dan weer de kant van ons die zich spontaan en ongedwongen voelt, die speels en vrolijk kan zijn en die de remmen los gooit en plezier maakt zonder over de grens van anderen te gaan of zichzelf te schaden.

Overzicht van de Copingmodi

  • Overgave (bijv. Willoze Inschikkelijke)
  • Vermijding (bijv. Onthechte Beschermer)
  • Overcompensatie (bijv. Zelfverheerlijker)

Overzicht van de Gezonde Modi

  • Gezonde Volwassene
  • Blije Kind

Overzicht van de Oudermodi

  • Veeleisende Ouder
  • Schuldinducerende Ouder
  • Straffende Ouder

Overzicht van de Kindmodi

  • Kwetsbare Kind
  • Boze Kind
  • Impulsieve Kind
  • Ongedisciplineerde Kind

De behandeling

Een schematherapeutische behandeling is multimodaal. Dit wil zeggen dat ze zich actief richt op zowel verleden, heden als toekomst en zowel gedachten, gevoelens als gedrag. Hiervoor worden allerlei strategieën toegepast uit verschillende therapeutische stromingen om een diepgaande, duurzame verandering te bewerkstelligen. Deze strategieën kunnen ingedeeld worden in: strategieën die gebruik maken van de therapeutische relatie, cognitieve strategieën, gedragsmatige strategieën en ervaringsgerichte oefeningen.

De therapeutische relatie is een centraal ingrediënt van een schematherapeutische behandeling. Een schematherapeut stelt zich warm en zorgzaam op en probeert extra aandacht te hebben voor de basisbehoeften die bij cliënten als kind onvervuld bleven. Hij/zij is empathisch en richt zich op de modus die zich op dat moment in de therapiekamer aandient. De therapeut is beschikbaar op moeilijke momenten door bv. telefonische bereikbaarheid, de mogelijkheid tot het schrijven van brieven of transitionele objecten (voorwerpen die je band met de therapeut representeren). De cliënt wordt op een respectvolle en begripvolle manier geconfronteerd met de overlevingsstrategieën die op dat moment worden toegepast.

De therapeut werkt met de gevoelens die worden beleefd in het contact en drukt oprechte zorg, steun en waardering uit. Daarbij is hij/zij open en eerlijk over zichzelf.

Cognitieve strategieën zijn allerlei methoden die erop gericht zijn om tot gezondere gedachten en verhoogd inzicht te komen. Zo kunnen voor- en nadelen van bepaalde modi overwogen worden. De therapeut kan uitleg geven over het schematherapeutisch model en hoe verschillende modi werken (psycho-educatie). Gedachten kunnen worden uitgedaagd en op de rooster gelegd. Terugkerende patronen worden visueel voorgesteld en meegegeven aan de cliënt. Geleerde inzichten worden genoteerd op flashcards die worden bijgehouden op een makkelijk bereikbare plek (bv. portefuille). Op het einde van een sessie, nadat een beschermer is doorbroken en een emotie doorleefd, worden deze ervaringen extra kracht bijgezet door er bewust bij stil te staan.

Onder gedragsmatige strategieën verstaan we alles waarbij de cliënt verwacht wordt iets te doen. Zo kan de cliënt in een veilige omgeving blootgesteld worden aan bepaalde angsten. Veronderstellingen ten gevolge van bepaalde schema’s kunnen in een gedragsexperiment gegoten worden en uitgetest.

Er kan geoefend worden met nieuw gedrag in rollenspelen en in echte situaties. Meestal komen deze strategieën vooral aan bod tegen het einde van de behandeling, wanneer de gedachten al zijn behandeld en de gevoelens doorgewerkt. Sommige gedragsmatige strategieën zoals het aanleren van zelfcontroletechnieken om bijvoorbeeld verslavingsgedrag de baas te krijgen kunnen eerder in het begin van een behandeling belangrijk zijn.

Een zeer belangrijk onderdeel van een schematherapeutische behandeling zijn de ervaringsgerichte oefeningen. Dit zijn allerlei oefeningen die als doel hebben het opwekken, verwerken en helen van gevoelens en schema’s. De belangrijkste zijn imaginatieoefeningen, waarbij cliënten met gesloten ogen zich situaties uit het recente en verre verleden voorstellen en ermee aan de slag gaan. Ook kunnen verschillende kanten of modi op verschillende stoelen gezet worden om ermee de dialoog aan te gaan. Dit zijn krachtige technieken omdat mensen doorgaans beter leren door iets aan de lijve te ervaren dan door er simpelweg over te praten.

Schema Therapy has been shown to be significantly more effective than traditional treatments for a broad range of personality disorders, contributing to real recovery, not just symptom reduction.

David Edwards, President ISST

Schematherapie werkt op niveau van de onbewuste associaties. Deze spelen een grote rol bij je gedachten, gedrag en gevoelsleven.

Hannie Van Genderen, Auteur van diverse boeken waaronder 'Patronen doorbreken'

Enkel praten in een therapie is vaak onvoldoende. Er zijn betekenisvolle, nieuwe ervaringen nodig om echt te veranderen en technieken zoals imaginatie met rescripting of stoelentechniek bieden die nieuwe ervaringen.

Remco van der Wijngaart, Auteur van diverse DVD series waaronder 'Fine tuning imagery rescripting'

Schematherapie is transdiagnostisch. De interventies zijn gericht op het modusprofiel van de patiënt in plaats van op specifieke symptomen. Dit maakt dat het ook effectief is bij andere stoornissen dan (borderline) persoonlijkheidsproblematiek.

Jeffrey Young, Vader van de schematherapie